Publicaties

Hete Spaanse taferelen bij de Ondernemingskamer

Geschreven door Marc van Rijswijk | 11 augustus 2020

 

 

1.     DE ENQUETEPROCEDURE BIJ DE ONDERNEMINGSKAMER

Dikwijls is de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer een probaat middel om te komen tot oplossingen van geschillen binnen ondernemingen. Dit komt niet in de laatste plaats doordat partijen doorgaans de autoriteit van de Ondernemingskamer en de door haar aan te wijzen functionarissen respecteren. Dat dit laatste niet altijd het geval is, leert een geschil dat zich voordeed in 2019 tussen twee Spaanse aandeelhouders.

2.     HET GESCHIL

De Spanjaarden waren aandeelhouders van een aantal gezamenlijk gehouden vennootschappen, waaronder ook Nederlandse vennootschappen. De vennootschappen kampten met acute financiële problemen. Deze problemen waren onder andere ontstaan doordat de twee aandeelhouders op niet reguliere wijze gelden zouden hebben onttrokken aan de vennootschappen. De twee aandeelhouders konden ook nog eens niet langer met elkaar door één deur. Om onder andere deze redenen had de Ondernemingskamer in een eerder stadium al een onafhankelijk bestuurder benoemd met doorslaggevende stem en de aandelen overgedragen aan een bewaarder die de aandelen voor bepaalde tijd zou houden. De Ondernemingskamer doet dit vaker om ondernemingen weer bestuurbaar te maken, zodat problemen vervolgens kunnen worden opgelost.

3.     TEMPERAMENTVOL GEDRAG

Waar de ene Spanjaard vervolgens de autoriteit van de Ondernemingskamer en de door haar benoemde functionarissen lijkt te respecteren, lijkt de andere Spanjaard een andere route te kiezen. Hij betaalt de onttrokken gelden niet terug en lijkt ook een noodzakelijke verkoop van onroerend goed tegen te werken. Zo begint zijn secretaresse een faillissementsprocedure tegen de Spaanse dochtervennootschap wiens onroerend goed de onafhankelijke bestuurder wil verkopen en pretendeert de aandeelhouder zelf ook opeens een vordering te hebben op deze dochtervennootschap.

Alsof dit alles niet genoeg is, stapt de aandeelhouder ook nog eens naar de Spaanse media. Hij laat de media publiceren dat de functionarissen van de Ondernemingskamer zouden samenspannen met de Spaanse advocaten van de vennootschappen. Dit zogenaamde kartel zou door corruptie en valse beschuldigingen misbruik willen maken van deze vennootschappen, stelt de aandeelhouder. De aanpak van de aandeelhouder werkt gedeeltelijk; een aantal Spaanse advocaten trekt zich terug. De Nederlandse functionarissen en de overige advocaten laten zich echter niet afschrikken. Tijdens een aandeelhoudersvergadering maakt de tegenstribbelende Spanjaard het daarop nog bonter. Allereerst worden de onafhankelijke door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder en de advocaten van de vennootschap slechts met grote moeite toegelaten tot de aandeelhoudersvergadering. Eenmaal binnen blijkt de Spanjaard een bodyguard te hebben meegenomen. Deze bodyguard grijpt steeds in op het moment dat de discussie een voor de Spanjaard onwenselijke richting op gaat. Dit leidt er zelfs toe dat één advocaat nogal hardhandig door de bodyguard de vergadering wordt uitgezet en een andere geschrokken de vergadering uit rent. De onafhankelijke bestuurder ondergaat min of meer hetzelfde lot.

4.     INGRIJPEN DOOR DE ONDERNEMINGSKAMER

Niet verrassend grijpt de Ondernemingskamer in. Dat doet zij eigenlijk altijd als haar autoriteit of die van de door haar benoemde functionarissen niet wordt gerespecteerd. De Ondernemingskamer oordeelt dat de aandeelhouder door zijn gedragingen in strijd heeft gehandeld met hetgeen van hem als betrokkene bij de vennootschappen op grond van de redelijkheid en billijkheid mag worden verwacht. Volgens de Ondernemingskamer heeft de aandeelhouder zich meer specifiek schuldig gemaakt aan bedreiging en laster. De Ondernemingskamer beveelt de aandeelhouder geen uitlating of gedraging te doen die naar zijn aard, vorm of inhoud moet worden aangemerkt als bedreiging of laster. Aan dit verbod verbindt de Ondernemingskamer een dwangsom van € 10.000 per overtreding met een maximum van € 1 miljoen. Daarnaast onderkent de Ondernemingskamer dat het onroerend goed van de dochtervennootschap zou moeten worden verkocht en bepaalt zij in feite dat de aandeelhouder de functionarissen niet mag hinderen bij de verkoop. Ook hieraan verbindt de Ondernemingskamer een dwangsom van € 10.000 per overtreding met een maximum van € 1 miljoen.

5.     DWANGSOMMEN ALS LAATSTE REDMIDDEL

In deze kwestie legt de Ondernemingskamer een dwangsom op. Dat doet de Ondernemingskamer slechts in uitzonderlijke gevallen. Wij zien dit met name in gevallen waarin de bij de onderneming betrokken personen anderszins niet in het gareel te krijgen zijn. Overigens is het zo dat dwangsommen in Nederland vrij eenvoudig ten uitvoer zijn te leggen. In het buitenland is dat lastiger. Doorgaans is daarvoor vereist dat een Nederlandse rechter dan eerst moet hebben vastgesteld dat de geboden inderdaad zijn overtreden.

6.     JURIDISCHE BIJSTAND BIJ EEN GESCHIL BIJ DE ONDERNEMINGSKAMER

De enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer is onder omstandigheden geschikt om misstanden binnen ondernemingen te herstellen en vast te stellen wie daarvoor verantwoordelijk moeten worden gehouden. Als de bij de onderneming betrokken personen de Ondernemingskamer en/of de door haar benoemde functionarissen tegenwerken, dan kan de situatie soms nog ten goede worden gekeerd door middel van bevelen en dwangsommen. De Ondernemingskamer gaat hiertoe in uitzonderlijke gevallen ook over.